Beginsituatie

Een scholengemeenschap met vijf locaties was sinds het ontstaan georganiseerd in drie sectoren, ieder met een eigen directie: onderbouw, vmbo-bovenbouw en vwo/havo-bovenbouw. Deze sectorstructuur gaf, met de spreiding over vijf locaties, de nodige problemen. Men ging over op een locatiestructuur. Vier belangrijke doelen die de school met de verandering van sectorstructuur naar locatiestructuur voor ogen had waren een eenvoudiger organisatie, duidelijkheid in bevoegdheden, een heldere afbakening van decentrale en centrale beslisterreinen en korte communicatielijnen. De scholengemeenschap wilde weten of met deze organisatieverandering de beoogde effecten waren gerealiseerd. Aan BOP werd gevraagd een evaluatieonderzoek uit te voeren.

Aanpak

BOP betrok management, docenten en onderwijsondersteunend personeel bij het onderzoek. In een (digitale) vragenlijst konden medewerkers aangeven in hoeverre de doelstellingen die men met de organisatieverandering voor ogen had, waren bereikt. De resultaten van het kwantitatieve onderzoek dienden als input voor het kwalitatieve deel van het onderzoek. Door het voeren van groepsgesprekken met management, ondersteunend personeel en docenten kon BOP de knelpunten in kaart brengen. 

Conclusies

BOP constateerde dat de school op de goede weg was, maar dat een aantal doelstellingen nog niet waren bereikt. Zo ontbraken bijvoorbeeld heldere kaders over wat locatiezaken en wat schoolbrede zaken zijn. In hoeverre mogen we zelf invulling geven aan onderwijskundig beleid, was een veelgehoorde vraag. De onderwijskundige eenheid tussen de locaties dreigde te verdwijnen en daarmee kwam ook de aansluiting tussen de verschillende locaties in het geding. Dat leidde vervolgens tot frustraties onder het personeel.

Resultaat

BOP adviseerde de scholengemeenschap om prioriteit te geven aan het vaststellen van schoolbrede doelen en vervolgens te bepalen hoe deze schoolbrede doelen ingevuld moeten worden door de locaties. BOP hielp de school in een sessie met het managementteam om schoolbrede doelen vast te stellen en belangrijke beslissingen te nemen over de verhouding tussen locatiezaken en schoolbrede zaken. Zo werd bijvoorbeeld besloten dat de aansluiting tussen de locaties voortaan een schoolbreed belang is, waarvoor het management als geheel verantwoordelijk is. Een belangrijke oorzaak van de frustraties van het personeel werd daarmee weggenomen. BOP gaf vervolgens het advies om de genomen besluiten helder op papier te zetten en aan alle betrokkenen mondeling te presenteren. Na het doorvoeren van BOP’s adviezen kon de school de organisatieverandering succesvol afronden.